Tips voor alle belastingplichtigen
ALGEMEEN
1. Hoe blijven ongehuwd samenwonenden vanaf 2011 fiscaal partner?
Fiscale partners kunnen in het algemeen hun heffingskortingen beter benutten. Bovendien kunnen zij bepaalde inkomsten en aftrekposten onderling verdelen. Denk aan het saldo van de inkomsten en uitgaven van de eigen woning, studiekosten of giften. Op 1 januari 2011 komt er één standaard partnerbegrip dat geldt voor alle belastingwetten. Bent u ongehuwd samenwonend? Dan bent u voor de inkomstenbelasting pas elkaars fiscale partner als u aan bepaalde voorwaarden voldoet, zoals de aanwezigheid van een notarieel samenlevingscontract, een gezamenlijk kind of een gezamenlijke woning. Als u voldoet aan de voorwaarden, dan bent u fiscaal partner en is er geen vrije keuze meer. Bij de schenk- en erfbelasting is als aanvullende voorwaarde gesteld dat u in het samenlevingscontract een wederzijdse zorgplicht opneemt.
|
TIP! |
AUTO VAN DE ZAAK
2. Schaf een ‘groene' auto aan
Vanaf 2010 geldt voor personenauto's met een lage CO2-uitstoot een vrijstelling voor de heffing van de wegenbelasting (MRB) en de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM). De overheid handhaaft voor volgend jaar de beide vrijstellingen en de 14% bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak.
|
TIP! |
Op 1 januari 2010 is gestart met de stapsgewijze ombouw van de BPM van cataloguswaarde naar CO2-uitstoot voor personenauto's. Vanaf 2013 wordt er dan alleen nog geheven op basis van CO2. In 2011 gaat de ombouw van de BPM-grondslag gewoon door. Ook de tijdelijke BPM-korting (bonus) voor auto's met een CO2-uitstoot van maximaal
EIGEN WONING
3. Bespaar overdrachtsbelasting bij doorverkoop bestaande woning
Voor woningen die in 2011 worden gekocht en die binnen twaalf maanden voor de tweede keer van eigenaar wisselen, is bij de tweede aankoop alleen overdrachtsbelasting verschuldigd over het verschil tussen de nieuwe en de oude koopsom. Deze maatregel ziet alleen op het jaar 2011 en geldt dus niet in de situatie waarin de woning wordt doorverkocht aan een ander binnen zes maanden na de vorige verkrijging, gelegen voor 1 januari 2011 respectievelijk na 31 december 2011.
|
TIP! |
4. Gebruik aftrek geen of geringe eigenwoningschuld
Op 1 januari 2005 is de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld ingevoerd. De regeling houdt in dat mensen zonder of met een lage eigenwoningschuld per saldo geen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen betalen over hun inkomen uit eigen woning. Binnen de huidige regeling kunt u onder voorwaarden in 2010 door middel van vooruit- of achterafbetaling (elk maximaal zes maanden) van uw eigenwoningrente in aanmerking komen voor deze aftrekpost. Om oneigenlijk gebruik van deze regeling door belastingplichtigen te stoppen, is in het Belastingplan 2011 voorgesteld deze te wijzigen. Let op als u een renteloze of laagrentende personeelslening voor uw eigen woning heeft. Door de nihilwaardering in de loonbelasting zou u onbedoeld eerder in aanmerking komen voor de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld. Daar wordt nu een stokje voor gestoken.
VOORBEELD
Het eigenwoningforfait bedraagt € 3.000. De jaarlijkse rente bedraagt € 5.000. De rente over de eerste zes maanden van het jaar 2011 (€ 2.500) wordt vooruitbetaald op 31 december 2010, de rente over de tweede zes maanden van 2011 (€ 2.500) wordt achteraf betaald op 1 januari
5. Controleer op lagere WOZ-waarde in 2011
Elke gemeente geeft normaliter binnen acht weken na 1 januari 2011 de WOZ-beschikking 2011 naar de waardepeildatum 1 januari 2010 af. De WOZ-beschikking wordt meestal opgenomen in de aanslag onroerende zaakbelasting. Als de woning volgens u te hoog gewaardeerd is, kunt u tegen de WOZ-beschikking in bezwaar gaan. De gemeente moet uw bezwaarschrift binnen zes weken na dagtekening van de beschikking hebben ontvangen. Laat u de bezwaartermijn onverhoopt verstrijken, dan kunt u niet meer in beroep gaan bij de rechter. Vanaf 22 oktober 2010 is de bezwaarprocedure versoepeld: het verschil tussen de vastgestelde waarde en de door u voorgestane waarde hoeft niet meer aan een minimum te voldoen. U kunt dus altijd bezwaar maken tegen een te hoge WOZ-waarde.
|
TIP! |
De WOZ-waarde wordt vanaf dit jaar ook gebruikt voor de schenk- en erfbelasting.
INKOMEN UIT SPAREN EN BELEGGEN
6. Vanaf 1 januari slechts één peildatum voor box 3
In 2010 moet u uw inkomen uit sparen en beleggen in box 3 berekenen op het gemiddelde van de rendementsgrondslag (saldo van uw bezittingen en schulden) op 1 januari en 31 december van het kalenderjaar.
Maar per 1 januari 2011 blijft nog maar één peildatum bestaan, en wel 1 januari van elk kalenderjaar. Voor 2011 hoeft u uw bezittingen en schulden dan alleen nog op de peildatum 1 januari 2011 vast te stellen. Ook het bepalen van een gemiddelde is niet langer nodig.
PERSOONSGEBONDEN AFTREK
7. Gebruik aftrek voor periodieke en overige giften
Giften die zijn betaald aan goede doeleninstellingen komen voor aftrek in aanmerking. De aftrek is alleen mogelijk als de instelling voorkomt op de lijst van Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI-lijst) van de Belastingdienst. Instellingen worden als ANBI aangemerkt als zij voor minimaal 90% (tot 2010: 50%) het algemeen nut dienen. Bovendien is dit jaar een integriteitstoets ingevoerd. Instellingen die niet aan deze voorwaarden voldoen, verliezen hun ANBI-status of hebben die al vanaf 1 februari 2010 verloren.
Wanneer u toch al regelmatig schenkt aan een goed doel, kunt u ook kiezen voor een periodieke gift. Voor zo'n gift geldt namelijk geen aftrekdrempel als u via een notariële akte vastlegt dat u minimaal vijf jaar lang, maar uiterlijk tot het tijdstip van uw overlijden, regelmatig een vast bedrag aan de instelling van uw keuze schenkt. Maar stel nu dat tijdens een lopende periodieke gift een instelling zijn ANBI-status verliest? Volgens goedkeurend beleid van de minister van Financiën blijft de aftrekpost gehandhaafd, tenzij u de mogelijkheid heeft om de periodieke gift te beëindigen als de instelling de ANBI-status verliest of als de instelling wordt gezien als een afgezonderd particulier vermogen. De aftrek vervalt als de periodieke gift een familiestichting betreft die door de invoering van het 90%-criterium de ANBI-status verliest.
|
TIP! |
HEFFINGSKORTINGEN
8. Loop doorwerkbonus niet mis!
De doorwerkbonus is er specifiek op gericht om oudere mensen langer en meer te laten (door)werken en daarom extra te belonen. U heeft recht op de doorwerkbonus als u op 1 januari 2010 61 jaar bent en uw inkomsten uit tegenwoordige arbeid (arbeidskortingsgrondslag) meer dan € 9.041 bedragen. De doorwerkbonus wordt berekend over het verschil tussen deze inkomsten en € 9.041, met een maximum van € 46.790. De inkomsten bedragen daarom maximaal € 55.831 (€ 46.790 plus € 9.041). De doorwerkbonus bedraagt een percentage van de grondslag. Afhankelijk van uw leeftijd bedraagt de doorwerkbonus:
|
Leeftijd op 1 januari van kalenderjaar |
In kalenderjaar de leeftijd bereikt van |
Arbeidskortingsgrondslag |
Doorwerkbonus-grondslag, maximaal |
Doorwerk-bonus |
||
|
percentage |
maximaal |
drempel |
||||
|
61 |
62 |
5% |
€ 55.831 |
€ 9.041 |
€ 46.790 |
€ 2.340 |
|
62 |
63 |
7% |
€ 55.831 |
€ 9.041 |
€ 46.790 |
€ 3.275 |
|
63 |
64 |
10% |
€ 55.831 |
€ 9.041 |
€ 46.790 |
€ 4.679 |
|
64 |
65 |
2% |
€ 55.831 |
€ 9.041 |
€ 46.790 |
€ 936 |
|
65 |
66 |
2% |
€ 55.831 |
€ 9.041 |
€ 46.790 |
€ 936 |
|
66 |
67 en ouder |
1% |
€ 55.831 |
€ 9.041 |
€ 46.790 |
€ 468 |
Vanaf het kalenderjaar dat u 65 jaar wordt, daalt het percentage van 10% naar 2%. De inkomstenbelastingtarieven in de eerste twee tariefschijven voor mensen vanaf 65 jaar zijn immers aanzienlijk lager.
|
TIP! |
SCHENKEN
9. Heeft u aan uw kind(eren) een renteloze of laagrentende direct opeisbare lening verstrekt?
Het verstrekken van een renteloze of laagrentende direct opeisbare lening aan uw kind(eren) leidt vanaf 1 januari 2010 tot een schenking van de (niet bedongen) rente. Bij dergelijke leningen tussen natuurlijke personen wordt een schenking van een vruchtgebruik van de uitgeleende geldsom aangenomen. U berekent dit vruchtgebruik van dag tot dag en u wordt geacht het totale bedrag te hebben geschonken op de laatste dag van het kalenderjaar dan wel - als dat eerder is - op de overlijdensdag van uw kind. Uw kind moet schenkbelasting betalen over het verschil van 6% en de bedongen rente.
VOORBEELD
Op 1 januari 2010 leent u aan uw kind een bedrag van € 150.000 uit tegen een rente van 3%. De lening is direct opeisbaar. Het fictieve rentebedrag bedraagt € 9.000 (6% x € 150.000), terwijl het overeengekomen rentebedrag € 4.500 (3% x € 150.000) bedraagt. Vóór 1 maart 2011 moet uw kind aangifte schenkbelasting doen over een schenking van € 4.500 (€ 9.000 - € 4.500), ervan uitgaande dat de jaarlijkse vrijstelling van € 5.000 reeds is benut.
LET OP!
Er is geen overgangsrecht voor direct opeisbare leningen die al vóór 1 januari 2010 zijn aangegaan.
|
TIP! |
10. Schenk belastingvrij voor eigen woning of studie van kind
In 2010 mag u uw kind tot een bedrag van € 5.000 belastingvrij schenken. Is uw kind (of diens partner) ouder dan 18 maar jonger dan 35 jaar, dan mag u hem of haar in plaats daarvan ook eenmalig tot € 26.000 belastingvrij schenken. U moet bij gebruik van deze eenmalige vrijstelling altijd aangifte doen. Volgens goedkeurend beleid is de eenmalige vrijstelling ook van toepassing als uw kind de 35-jarige leeftijd al is gepasseerd, maar diens partner nog niet.
In 2010 heeft u als ouders tevens de mogelijkheid om uw kind tussen de 18 en 35 jaar belastingvrij maximaal € 50.000 (€ 24.000 plus extra verhoging € 26.000) te schenken. Voorwaarde is dat uw kind dat bedrag gebruikt voor de aankoop van een eigen woning of voor de betaling van kosten voor een dure studie of beroepsopleiding. Onder de term duur moet u verstaan kosten die aanzienlijk hoger zijn dan gebruikelijk. Van die schenking moet een notariële akte worden opgemaakt. Opname van de schenking in de akte van levering van de woning volstaat ook.
In het geval dat uw kind al vóór 1 januari 2010 een beroep heeft gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling van € 22.760 (2009), dan geldt als tijdelijke regeling een eenmalige extra vrijstelling van € 24.000 op voorwaarde dat uw kind de schenking gebruikt voor de financiering van een eigen woning.
Vooruitlopend op een wetswijziging keurt de minister van Financiën goed de eenmalig extra verhoogde vrijstelling ook te laten gelden voor:
-
- de verwerving van een eigen woning die nog tijdelijk leegstaat bij aankoop en aanbouw;
-
- de aflossing van de eigenwoningschuld;
-
- het onderhoud en verbetering van de eigen woning van uw kind;
-
- de afkoop van een recht van erfpacht, opstal of beklemming.



